Na het eerste bezoek

Het onderzoek duurt 6 maanden. In deze 6 maanden worden de kinderen van alle groepen op dezelfde manier gevolgd door de LOT-onderzoeksarts om te kijken hoe snel het loopoor over is en hoe vaak er opnieuw een loopoor ontstaat. Het onderzoeksteam doet dat in samenwerking met uw huisarts en KNO-arts.

We vragen u om gedurende 6 maanden een dagboekje bij te houden over verschijnselen van een loopoor, andere oorklachten of verkoudheden. In dit dagboekje kunt u ook noteren of uw kind naar de dokter is geweest of medicijnen heeft gebruikt.

Twee weken later volgt nog een kort controlebezoek bij u thuis. Ook na 6 maanden vindt een controlebezoek plaats. Tijdens deze 2 controles neemt de onderzoeksarts of -verpleegkundige opnieuw een vragenlijst met u door en worden de keel, neus en oren van uw kind onderzocht. Als het oor nog steeds of opnieuw loopt wordt er weer een kweekwatje uit het oor genomen. Bovendien wordt een kweekwatje uit de neuskeelholte genomen voor onderzoek naar de ziekteverwekkers. Beide bezoeken duren ongeveer een half uur.

Als uw kind bij het controlebezoek na 2 weken of 6 maanden of in de periode hiertussen nog steeds of opnieuw een loopoor heeft, wordt u geadviseerd voor de behandeling daarvan contact op te nemen met uw eigen huisarts of KNO-arts. Uw eigen arts beslist dan in overleg met u wat voor uw kind de beste behandeling is.